Chirurgie

Chirurgie bij speekselklierkanker

Speekselklierkanker komt niet vaak voor en is met een operatie goed te behandelen. De tumor wordt verwijderd en daarmee meestal ook een deel van de speekselklier. Zijn er uitzaaiingen in de lymfeklieren van de hals, dan worden die ook weggenomen. Op de operatie volgt meestal bestraling.

Meer informatie

Hoe gaat een operatie bij speekselklierkanker in zijn werk?

Voor deze operatie gaat u onder narcose. De tumor wordt weggehaald.

Vaak moet ook een deel van de speekselklier worden verwijderd en de lymfeklieren in uw hals.

Effectiviteit

Speekselklierkanker is goed te genezen door een operatie, maar de kans dat de ziekte terugkomt blijft aanwezig.

U blijft daarom minimaal 5 jaar onder controle. In de eerste jaren elke paar maanden en daarna steeds minder vaak.

Preoperatieve screening

Voorafgaand aan uw operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog op de polikliniek voor een gesprek en kort onderzoek naar uw lichamelijk conditie en eventuele bijzonderheden. De spreekuurassistente meet bij u de hartslag en bloeddruk en vraagt naar uw lengte en gewicht; zo nodig worden deze gemeten.

Deze preoperatieve screening duurt ongeveer 20 minuten en vormt de basis voor het anesthesieplan. De anesthesioloog beluistert uw longen en uw hart. Daarnaast wordt uw mond en keel geïnspecteerd voor het beademingsbuisje dat bij de narcose in uw luchtpijp zal worden geplaatst. Ook vraagt de anesthesioloog u naar:

  • Of u eerder onder verdoving bent geweest
  • Welke aandoeningen u nog meer hebt
  • Of u al eerder kankermedicijnen heeft gehad
  • Of u al eerder bestraald bent
  • Welke allergieën u heeft
  • Of u rookt
  • Of u alcohol gebruikt
  • Welke medicijnen u gebruikt

Het is daarom van groot belang dat u precies kunt aangeven welke medicijnen u hoe vaak en in welke dosering gebruikt. Als er aanleiding voor is, krijgt u mogelijk nog meer onderzoeken. Dat kunnen zijn: een elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje), een röntgenfoto van uw longen, een longfunctieonderzoek of bloedonderzoek.

Narcose en plaatselijke verdoving

Anesthesie bestaat uit narcose, een plaatselijke verdoving of een combinatie van beide. Bij een narcose bent u helemaal buiten bewustzijn. Bij een plaatselijke verdoving wordt een deel van uw lichaam gevoelloos en bewegingsloos gemaakt.

Narcose

Als u onder narcose gaat, is uw hele lichaam verdoofd. U bent tijdelijk buiten bewustzijn. De narcosemiddelen bestaan uit een slaapmiddel, een pijnstiller en soms een spierverslappend middel. U krijgt het toegediend via een infuus en dan valt u binnen een halve minuut in slaap. U wordt tijdens de hele narcose beademd.

Zodra u slaapt, brengen we daarom bij grote operaties via uw mond een beademingsbuis in uw luchtpijp; bij kleinere operaties wordt er doorgaans een kapje achter in uw keel op de ingang van de luchtpijp geplaatst. Bovendien houden we met bewakingsapparatuur uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur constant in de gaten.

Plaatselijke verdoving

Wordt u plaatselijk verdoofd, dan bent u bij bewustzijn. Meestal gaat dat via een ruggenprik: het gebied onder de plaats van de ruggenprik wordt tijdelijk uitgeschakeld. Soms wordt er een slangetje ingebracht om langere tijd – ook na de operatie – pijnstillers te kunnen toedienen.

Net als bij een narcose houdt de anesthesioloog uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuur in de gaten om zo nodig de verdoving bij te kunnen sturen.

Bij grote, langdurige operaties worden plaatselijke en algehele verdoving vaak in combinatie toegepast.

Bijwerkingen en gevolgen

Door het verwijderen van de lymfeklieren in uw hals, kunt u schouderklachten krijgen.

De speekselklier zit dichtbij de aangezichtszenuw en kan er zelfs omheen of erin groeien. Door het vrijprepareren van de tumor kan de zenuw tijdelijk of blijvend verzwakt zijn of zelf helemaal uitvallen. U heeft dan een aangezichtsverlamming. Getracht wordt uiteraard de zenuw te sparen of te reconstrueren na doornemen.

Het kan zijn dat u gevoelloos bent rondom uw oor. Door de bestraling na de operatie, kunt u last hebben van een droge mond.

Na de operatie

Na de operatie wordt u behandeld door een mondhygiënist. U moet veel rust nemen. Het kan wel een paar weken tot maanden duren voordat u weer uw gewone bezigheden kunt oppakken.