Nieuwe Foto Gevel

Triple-negatieve borstkanker: voorbehandeling met chemo lijkt immuuntherapie te verbeteren

14 mei 2019

Het klinkt misschien omslachtig: patiënten met kanker chemotherapie of radiotherapie geven, niet met het doel de kankercellen te doden maar om het immuunsysteem vast aan het werk te zetten zodat dat beter zal reageren op immuuntherapie. 

Toch is uit preklinische studies gebleken dat dit een veelbelovende nieuwe manier is om de kans van slagen van immuuntherapie te verhogen. Het kan de goede immuuncellen versterken en immuuncellen die in dienst staan van de kanker verzwakken. Oncologen en onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoek onderzochten of dit inderdaad het geval is bij triple-negatieve borstkanker, een agressieve vorm van borstkanker die op een aantal standaardbehandelingen niet reageert. 

De resultaten van deel 1 van de TONIC-studie, een fase 2 studie van het Antoni van Leeuwenhoek met 67 patiënten met uitgezaaide triple-negatieve borstkanker, zijn hoopgevend. Vooral voorbehandeling met cisplatin en doxorubicine lijkt de werking van immuuntherapie te vergroten.

De onderzoekers, onder leiding van internist-oncoloog Marleen Kok, publiceerden hun resultaten maandag 13 mei 2019 in het toonaangevende tijdschrift Nature Medicine. 

Triple-negatieve borstkanker

Triple-negatieve borstkanker is een agressieve vorm van borstkanker die vaak jonge mensen treft. Deze vorm van borstkanker is niet hormoongevoelig - noch voor oestrogeen noch voor progesteron - en reageert daarom niet op hormoontherapie. Ook is dit type borstkanker ongevoelig voor behandeling met het middel Herceptin. Als de tumor is uitgezaaid naar andere organen worden de kankercellen bovendien snel resistent tegen chemotherapie en overlijden patiënten aan deze aandoening. 

Immuuntherapie

Uit een klein aantal recente studies (de TONIC-studie is de vijfde wereldwijd, maar de eerste door een wetenschappelijke instelling in plaats van een farmaceutisch bedrijf) is echter gebleken dat immuuntherapie bij triple-negatieve borstkanker wel kans van slagen heeft. Immuuntherapie bestrijdt niet de kanker zelf maar helpt het immuunsysteem om dat te doen, en is vooral gericht op het bevorderen van de werking van T-cellen, witte bloedlichaampjes die kankercellen kunnen herkennen en uitschakelen. 

Bij de meeste vormen van borstkanker is de kans van slagen van immuuntherapie beperkt omdat zich weinig T-cellen in en rondom de tumor bevinden. Maar bij triple-negatieve borstkanker zitten er wel relatief veel T-cellen rond de tumorcellen. 

De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) heeft in maart 2019 immuuntherapie goedgekeurd voor een subgroep van patiënten met uitgezaaide triple negatieve borstkanker, wat het CNN-nieuws haalde omdat het de allereerste keer is dat dit voor borstkanker is gebeurd. In Europa is de behandeling nog niet goedgekeurd. 

Kunnen we immuuntherapie verbeteren?

Toch werkt immuuntherapie slechts bij een minderheid (gemiddeld 5% en maximaal 23% bij een specifieke subgroep) van de patiënten met uitgezaaide triple negatieve borstkanker. 'Onze vraag was: kunnen we dat verbeteren?', zegt internist-oncoloog Marleen Kok, die de TONIC-studie leidt.  

Lage dosis chemo- of radiotherapie

De onderzoekers hebben nu als eersten onderzocht of ze de kans van slagen van immuuntherapie kunnen vergroten door patiënten voorafgaand aan de immuuntherapie twee weken lang een lage dosis chemotherapie of radiotherapie te geven. 

Uit onderzoek in het lab en in muismodellen, onder meer in het Antoni van Leeuwenhoek, is namelijk gebleken dat dit een stimulerend effect kan hebben op het immuunsysteem. 'Maar dan is het de vraag of dit bij borstkankerpatiënten ook zo werkt', zegt onderzoeker Maarten Slagter. 'Dit hebben wij nu onderzocht bij patiënten met uitzaaiingen van triple negatieve borstkanker.' 

Vijf 'mandjes'

De patiënten werden in vijf cohorten verdeeld, of 'mandjes', zoals dat in dit type klinische studie heet. Cohort één cohort kreeg alleen immuuntherapie (middel nivolumab), cohort twee werd twee weken voorbehandeld met radiotherapie en de overige drie cohorten werden twee weken voorbehandeld met drie verschillende vormen van lage dosis chemotherapie. Na deze voorbehandeling van twee weken kregen alle patiënten immuuntherapie.

Positief effect bij cisplatine en doxorubicine

Arts-onderzoeker Leonie Voorwerk, die samen met Maarten Slagter het onderzoek uitvoerde: 'We verwachtten eigenlijk op basis van preklinische resultaten dat al deze voorbehandelingen een positief effect zouden hebben op het immuunsysteem, maar tot onze verrassing zagen we dit vooral bij cisplatin en doxorubicine en minder bij de andere twee voorbehandelingen: cyclofosfamide en bestraling.'

In het immunologisch lab van het Antoni van Leeuwenhoek werden de tumorbiopten door de molen gehaald om te kijken wat er op moleculair-biologisch niveau gebeurde. De onderzoekers zagen daarbij inderdaad T-cellen in de tumor komen na voorbehandeling met chemotherapie (cisplatine en doxorubicine) en daaropvolgend immuuntherapie. Ook lijken deze T-cellen tijdens de immuuntherapie hun kankercel-dodende werk beter te doen in deze patiënten.   

Deel twee: verder met doxorubicine

Voorbehandeling met doxorubicine lijkt in de kleine groep eerste patiënten het meest succesvol: na voorbehandeling met dit middel reageerde 35% van de patiënten goed op immuuntherapie. In het tweede deel van de TONIC-studie, dat nu loopt, zijn de onderzoekers daarom verder gegaan met doxorubicine. De patiënten zijn nu in twee groepen verdeeld. De ene groep wordt voorbehandeld met doxorubicine en krijgt daarna immuuntherapie. De andere groep start meteen met de immuuntherapie. 

'We hopen de bevindingen van het eerste deel van het onderzoek bij meer patiënten te valideren in het tweede deel', zegt Leonie Voorwerk. 'Daarnaast hebben we nu al een redelijke indruk welke patiënten kans maken op een goed effect van de immuuntherapie en bij welke patiënten de immuuntherapie minder goed werkt. De volgende stap is om echt tot een test te komen om de juiste patiënten voor immuuntherapie, al dan niet met voorbehandeling, te selecteren.'  


Studie: TONIC
Soort studie: Fase 2
Open of gesloten: Open

Denkt u in aanmerking te komen voor deze studie? Bespreek dat dan met uw behandelend arts.