Radiotherapie

Radiotherapie bij gynaecologische kanker

Onder gynaecologische kanker verstaan we kanker van de baarmoeder, de baarmoederhals, de vagina, de vulva en/of de eierstokken. Afhankelijk van de plaats, de grootte en de uitbreiding van de tumor en uw conditie besluiten we in multidisciplinair overleg wat voor ú de beste behandeling is.

Curatief of palliatief

De bestraling kan gericht zijn op genezing. We noemen dit curatief. Heeft de ziekte zich teveel uitgebreid, dan is de bestraling gericht op het verlichten van de symptomen en het verkleinen en afremmen van de tumor. We noemen dit palliatief. Is de bestraling gericht op genezing, dan wordt deze meestal gecombineerd met chemotherapie. Hiervoor heeft u dan ook overleg met een internist.

Nauwkeurige bestraling

Dankzij de nieuwste technieken kunnen we de bestraling heel precies uitvoeren. Soms worden er markers geplaatst zodat we exact voor iedere bestralingssessie kunnen vaststellen wat de positie van het te bestralen gebied is en hier elke keer de bestraling op aanpassen. De bestraling kan dus met de grootste nauwkeurigheid worden uitgevoerd, waarbij het omliggende weefsel zoveel mogelijk wordt gespaard. Het is mogelijk dat een bestraling gecombineerd wordt met een inwendige bestraling.

In het eerste gesprek zal een radiotherapeut u uitleg geven over de behandeling.

Verloop van de behandeling

Eerste gesprek met radiotherapeut

Voorafgaand aan de bestraling heeft u een gesprek met een radiotherapeut of physician assistant.

CT-scan voorafgaand aan bestraling

Voorafgaand aan de bestraling wordt een CT-scan gemaakt in exact dezelfde houding als tijdens de bestralingen. Zo kunnen we de precieze locatie van de tumor bepalen.

Uitwendige bestraling

Radiotherapeutisch laboranten begeleiden u tijdens de bestraling en zorgen dat u precies in de goede positie ligt. Het te behandelen gebied wordt door de huid heen bestraald.

Controle bedieningsruimte

Tijdens de bestraling houden de radiotherapeutisch laboranten u vanuit de bedieningsruimte nauwlettend in de gaten.

Wat gaat er gebeuren?

De grootte, typering, plaats en uitbreiding van de tumor kan bij elke patiënt verschillen. Daarom bieden wij behandeling op maat aan. Daarbij wordt rekening gehouden met uw conditie. Vaak wordt in overleg met andere specialisten bepaald wat voor u de beste behandeling is. Uw radiotherapeut of physician assistant geeft u hierover uitleg.

Voorbereiding

Na een gesprek met een radiotherapeut, volgen er afspraken ter voorbereiding op de bestraling. Zo heeft u een voorlichtingsgesprek waarin onder andere veel praktische zaken aan bod komen.

Het kan voorkomen dat er goudmarkers geplaatst moeten worden. Dit is een eenvoudige handeling die nauwelijks pijn doet. Het plaatsen van deze markers gebeurt voor de CT-scan.
Er wordt een CT-scan gemaakt, meestal met gevulde blaas. Hierbij ligt u op uw rug. We zetten dan ook een paar tatoeagepuntjes. Dit is nodig om u in exact dezelfde houding te kunnen leggen bij de bestralingen. Als u in de bestralingsperiode ook chemotherapie krijgt, dan wordt er een afspraak gemaakt met een internist.

Behandeling

De radiotherapeut bepaalt het aantal bestralingen. Dit ligt tussen de 6 en 36 keer. Voor elke bestraling wordt vijftien minuten uitgetrokken. De daadwerkelijke bestralingstijd is veel korter, tussen de 1 en 2 minuten.

Radiotherapeutisch laboranten voeren de behandeling uit. Vaak maken we vóór de bestraling een extra controlescan op het bestralingstoestel om de nauwkeurigheid tijdens de bestralingen te controleren.

In de behandelperiode heeft u regelmatig contact met de radiotherapeut om eventuele vragen en klachten te bespreken. Krijgt u tijdens de bestraling ook chemotherapie, dan wordt u tevens gecontroleerd door de internist of de verpleegkundig specialist.

Bijwerkingen

Hoeveel last u krijgt van bijwerkingen, verschilt per persoon. Het bestralingsgebied en de dosis die u krijgt, zijn bepalend voor het optreden van specifieke bijwerkingen.

Bij de bestraling in het kleine bekkengebied kan bijvoorbeeld snel irritatie van de darm ontstaan. Ook kunt u pijn voelen bij het plassen. Uw huid kan rood worden of stuk gaan. De radiotherapeut kan hiervoor zalf voorschrijven en de doktersassistenten kunnen advies geven bij de huidverzorging. Bij een intensieve behandeling kunt u zich ook moe gaan voelen.

De bijwerkingen zijn aan het einde van de behandeling en enkele weken daarna het hevigst. Daarna nemen ze geleidelijk af. In het eerste gesprek licht de radiotherapeut dit toe. Is de bestraling gericht op het verlichten van uw klachten, dan zult u dit ongeveer twee weken na het einde van de behandeling merken, maar soms ook al eerder.

Nazorg

Tijdens de bestralingsperiode krijgt u wekelijkse controleafspraken bij de radiotherapeut. Diegene beantwoordt uw vragen, kan medicijnen of zalf voorschrijven en geeft uitleg over de controles na afloop van de bestralingsperiode.

Als u tijdens of na de behandeling behoefte hebt aan extra zorg, dan kan de radiotherapeut u doorverwijzen naar diverse hulpverleners binnen het Antoni van Leeuwenhoek. Denk aan fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten, maatschappelijk werkers en psychologen. Al deze hulpverleners zijn zeer ervaren in het verlenen van zorg aan kankerpatiënten, zowel tijdens als na het behandelingstraject.

Fertiliteitspreservatie voor start behandeling

Deze behandeling kan schadelijke effecten voor de vruchtbaarheid geven. Het AVL heeft aandacht voor de kwaliteit van leven van de patiënt na de behandelingen en biedt de mogelijkheid voor fertiliteitspreservatie. Lees hier meer over fertiliteitspreservatie.