Radiotherapie

Radiotherapie bij hoofd-halskanker

Afhankelijk van de plek, de grootte en de uitbreiding van de tumor en uw conditie, besluiten we in multidisciplinair overleg wat voor ú de beste behandeling is.

Curatieve bestraling

Bestraling kan deel uitmaken van een behandeling die gericht is op genezing. We noemen dit een curatieve bestraling. Deze bestraling wordt in veel gevallen gecombineerd met chemotherapie. Dankzij de nieuwste technieken kunnen we de bestraling heel precies uitvoeren waarbij het omliggende weefsel zoveel mogelijk wordt gespaard.

 Palliatieve bestraling

Bestraling kan ook gericht zijn op het verlichten van uw klachten. We noemen dit een palliatieve bestraling.

In een eerste gesprek zal de radiotherapeut of Physician Assistant (PA) u uitleg geven over het behandelplan.

 

Verloop van de behandeling

Gesprek met een radiotherapeut of physician assistant

Na een gesprek met een radiotherapeut of physician assistant, volgen er afspraken ter voorbereiding op de bestraling.

Fixatiemateriaal

Er wordt fixatiemateriaal gebruikt om u in steeds in exact dezelfde houding te kunnen leggen bij de bestralingen.

CT-scan

Voorafgaand aan de bestraling wordt een CT-scan gemaakt. Een CT-scan is nodig om het bestralingsplan te maken.

Uitwendige bestraling

De behandeling duurt telkens een kwartier, maar de daadwerkelijke bestralingstijd is veel korter: tussen de 1 en 2 minuten.

Wat gaat er gebeuren?

De grootte, typering, plaats en uitbreiding van de tumor kan bij elke patiënt verschillen. Daarom bieden wij behandeling op maat aan. Daarbij wordt rekening gehouden met uw conditie. Vaak wordt in overleg met andere specialisten bepaald wat voor u de beste behandeling is. Uw radiotherapeut of physician assistant geeft u hierover uitleg.

 

Voorbereiding

Na een gesprek met een radiotherapeut of physician assistant, volgen er afspraken ter voorbereiding op de bestraling. Als u in de bestralingsperiode ook chemotherapie krijgt, wordt een afspraak bij een internist gemaakt.

Vaak is het nodig om nog aanvullend onderzoek te doen. Liggen de kaak of speekselklieren in het bestralingsgebied, dan krijgt u ook een afspraak bij een tandarts, die uw kaak en het gebit beoordeelt.

Op de afdeling Radiotherapie heeft u een voorlichtingsgesprek, waarin de praktische zaken worden uitgelegd. Daarna wordt er een masker gemaakt. Dit is een eenvoudige procedure. Het masker zorgt ervoor dat u tijdens de bestralingen niet kunt bewegen en het gebied dat bestraald moet worden niet verschuift.

Na het maken van het masker, wordt er een CT-scan gemaakt. We brengen dan lijnen aan op het masker en op uw lichaam. Dit is nodig voor de nauwkeurigheid bij de bestralingen.

De behandeling

De radiotherapeut of physician assistant bepaalt het aantal bestralingen. Dit ligt meestal tussen de 6 en 36 keer. De behandeling duurt telkens een kwartier, maar de daadwerkelijke bestralingstijd is veel korter: tussen de 1 en 2 minuten.

Radiotherapeutisch laboranten voeren de behandeling uit. Vaak maken we vóór de behandeling een extra controlescan op het bestralingstoestel om de nauwkeurigheid tijdens de bestralingen te bepalen.

In de behandelperiode heeft u regelmatig contact met de radiotherapeut of physician assistant. Krijgt u tijdens de bestraling ook chemotherapie, dan wordt u regelmatig gecontroleerd door de internist of de verpleegkundig specialist.

Bijwerkingen

Hoeveel u last krijgt van bijwerkingen, verschilt per persoon. Het bestralingsgebied en de dosis die u krijgt zijn bepalend voor het optreden van specifieke klachten.

De meeste mensen krijgen pijn bij het slikken waardoor het eten van vast voedsel soms erg moeilijk wordt. Daarom heeft u een afspraak bij de diëtist. Liggen er speekselklieren in het bestraalde gebied, dan kunt u last krijgen van een droge mond en een verandering van de smaak. De mondhygiënist helpt deze klachten verminderen en geeft advies. Ook wordt de huid in het bestraalde gebied tijdelijk rood en u kunt zich vermoeider gaat voelen.

De bijwerkingen zijn aan het einde van de behandeling en enkele weken daarna het hevigst. Het duurt vaak lang voordat ze weer weggaan en soms blijven klachten bestaan. In het eerste gesprek licht de radiotherapeut of physician assistant de bijwerkingen toe. Tijdens de controles zullen zij als nodig medicatie voorschrijven waardoor uw klachten verminderen. Is de bestraling gericht op het verlichting van uw klachten, dan zult u dit ongeveer twee weken na het einde van de behandeling merken, maar soms ook al eerder.

Nazorg

Tijdens de bestralingsperiode krijgt u ‒ meestal wekelijkse ‒ controleafspraken bij de radiotherapeut of physician assistant u doorverwijzen naar diverse hulpverleners binnen het Antoni van Leeuwenhoek. Denk aan , fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten, mondhygiënisten, logopedisten, maatschappelijk werkers en psychologen.
Al deze hulpverleners zijn zeer ervaren in het verlenen van zorg aan kankerpatiënten, zowel tijdens als na het behandelingstraject.