Interventieradiologie
123

Radioembolisatie (SIRT)

Radioembolisatie (ook Selectieve Interne Radio Therapie, SIRT, of Trans Arteriële Radio-Embolistaie, TARE, genoemd) is een vorm van inwendige bestraling om tumoren in de lever van binnenuit te behandelen. Radioembolisatie is een behandeling voor hepatocellulair carcinoom (primaire leverkanker) en uitzaaiingen naar de lever van andere tumoren. Radioembolisatie wordt meestal pas uitgevoerd als een operatie, een ablatie en chemotherapie geen opties meer zijn en genezing niet meer mogelijk is. Behandeling met radioembolisatie kan uw leven verlengen en de kwaliteit van leven verbeteren. Sommige patiënten kunnen dankzij radioembolisatie alsnog een operatie of levertransplantatie krijgen.

Meer informatie

Aanvullende onderzoeken en gesprek op de polikliniek

Vooraf aan de radioembolisatie krijgt u meestal eerst een bloedonderzoek. Verder wordt een CT-scan of MRI van de lever gemaakt om de tumoren en vaten van de lever goed in kaart te brengen. U heeft misschien een PET/CT-scan of een leverfunctiescan nodig.

Voor de start van uw behandeling komt u langs op de polikliniek waar uw interventieradioloog de onderzoeksresultaten met u bespreekt en u uitlegt wat de behandeling precies inhoudt.

Verloop van de behandeling

De behandeling bestaat uit twee delen: de proefbehandeling (pre-SIRT) en de daadwerkelijke behandeling (radioembolisatie, SIRT). De proefbehandeling krijgt u meestal in een dagopname. Tijdens deze proefbehandeling wordt via uw liesslagader een dun buisje (katheter) in uw leverslagader gebracht om de vaten van de lever af te beelden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van jodiumcontrast. U krijgt hiervoor een lokale verdoving. Als de katheter op de juiste plek ligt, krijgt u de testdosis (een lage dosis radioactiviteit). Met behulp van de testdosis wordt de echte behandeling nagebootst. Wij kunnen de verdeling van deze testdosis in de lever zien op een scan op de afdeling nucleaire geneeskunde. Alleen als de verdeling van de testdosis in de lever goed is, plannen wij de daadwerkelijke behandeling (radioembolisatie, SIRT) voor u in.

In het tweede deel vindt de daadwerkelijke behandeling plaats, de radioembolisatie (SIRT). Deze is meestal ongeveer twee weken na de proefbehandeling. De behandeling verloopt op dezelfde manier, maar dan met bolletjes met een hoge dosis radioactiviteit. Tijdens de behandeling worden er via de leverslagader radioactieve bolletjes dichtbij de tumor ingebracht. Deze bolletjes lopen vast in de bloedvaten naar en in de tumor. Daar vindt inwendige bestraling plaats: de bolletjes geven hun radioactiviteit af en bestralen de tumoren van dichtbij om deze te verkleinen. Wij gebruiken hiervoor radioactieve bolletjes met Yttrium-90 of Holmium-166. Omdat de straling in de tumor terecht komt, kunt u heel lokaal een hoge dosis radioactiviteit krijgen.

Omdat u bij de daadwerkelijk behandeling behandeld wordt met een hoge dosis radioactiviteit, kunt u last krijgen van bijwerkingen. Daarom blijft u een nacht in het ziekenhuis. Enkele uren tot dagen na de behandeling krijgt u een scan om te zien of de bolletjes op de juiste plek terecht zijn gekomen.

Straling en leefregels

Na de radioembolisatie krijgt u eventueel leefregels mee vanwege de toegediende radioactiviteit.

Na de behandeling

Om het effect en eventuele bijwerkingen van de radioembolisatie te kunnen evalueren worden ook na de behandeling afspraken ingepland op de polikliniek interventieradiologie. Ook wordt weer bloedonderzoek verricht en een scan gemaakt.

Bijwerkingen en gevolgen

Zowel de proefbehandeling als de radioembolisatie vinden plaats via een slagader in de lies. Weinig voorkomende complicaties van het prikken in een slagader zijn een blauwe plek, vochtophoping en infectie. Een enkele keer blijkt er sprake te zijn van allergie voor jodiumcontrast of heeft het een nadelig effect op de nierfunctie. Zeldzaam is een bloeding in de buik, waardoor mogelijk bloedtransfusies nodig zijn.

De meest voorkomende bijwerking van radioembolisatie is het post-embolisatie-syndroom. Dit treedt op bij ongeveer 20-70% van de patiënten en is een normale reactie van het lichaam op de behandeling. Klachten zijn vermoeidheid, koorts tot 38,5 graden, misselijkheid, braken, buikpijn en algehele malaise. Deze klachten zijn vaak het hevigst in de eerste twee weken, maar kunnen tot ongeveer een maand na de behandeling aanhouden.

Een zeldzame complicatie is non-target embolisatie, dit betekent dat de radioactieve bolletjes per ongeluk op de verkeerde plek terecht komen, waardoor gezond weefsel wordt bestraald. Om dit te voorkomen wordt veel aandacht aan de proef-behandeling besteed.

Andere nucleaire behandelingen in het AVL