Gesprek Met Arts

Radiumtherapie

De afdeling Nucleaire Geneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek biedt patiënten met in de botten uitgezaaide prostaatkanker palliatieve behandeling met het radioactieve Radium-223. Radium wordt in het lichaam voornamelijk in uitzaaiingen in het skelet opgenomen. Als gevolg daarvan worden deze uitzaaiingen zeer lokaal bestraald. Het doel van de bestraling is het vernietigen van tumorcellen en daardoor het verkleinen van de uitzaaiingen. Op deze manier wordt de ziekte geremd.

Meer informatie

Wanneer radiumtherapie?

Patiënten met prostaatkanker die uitgezaaid is naar de botten ervaren vaak pijn waardoor bijvoorbeeld zitten, liggen of het uitvoeren van de dagelijkse bezigheden bemoeilijkt worden. Het is aangetoond dat radiumtherapie bij patiënten met vergevorderde prostaatkanker die niet meer gevoelig is voor hormoonbehandeling, kan leiden tot een langere overleving met ook een betere kwaliteit van leven. In vergelijking met andere, niet-radioactieve behandelingen heeft radiumtherapie erg weinig bijwerkingen.

 

Hoe gaat radiumtherapie in zijn werk?

Patiënten die in aanmerking komen voor radiumtherapie worden poliklinisch behandeld op de afdeling Nucleaire Geneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek. Gedurende een half jaar wordt eenmaal per maand het Radium-223 toegediend. Dit gebeurt via een infuus in een bloedvat in de arm. Dit duurt enkele minuten. Na de behandeling mag u meteen naar huis. In de dagen na de behandeling moet u rekening houden met het radium dat zich in het lichaam bevindt, en met de straling die daardoor wordt afgegeven. De straling blijft in uw lichaam. U hoeft geen afstand te houden van andere mensen, kinderen of zwangere vrouwen. Radium wordt uitgescheiden door het lichaam, voornamelijk via de ontlasting en een heel klein deel via de urine. Daarom moet u in de periode na de behandeling wel rekening houden met extra maatregelen voor hygiëne en veiligheid.

Uw behandelend arts en/of nucleair geneeskundige zullen deze eenvoudig te volgen maatregelen met u doornemen. Het is mogelijk om meerdere malen in uw leven een behandeling met radioactief radium te krijgen.

Verloop van de behandeling

Voor de radiumtherapie hoeft u (thuis) geen bijzondere voorbereidingen te treffen. U mag in de dagen voorafgaand aan de behandeling normaal eten en drinken. Tijdens de behandeling kunt u alle andere medicijnen gewoon blijven gebruiken. Het is wel belangrijk dat het lichaam hersteld is van eerdere zware behandelingen. U mag daarom in de zes weken voorafgaande aan een radiumbehandeling geen chemotherapie gehad hebben, en ook geen uitgebreide bestraling (radiotherapie) op een groot deel van uw lichaam. Een gerichte bestraling op één of enkele pijnlijke botten in de zes weken voorafgaand aan de radiumbehandeling is geen bezwaar. Er worden zes behandelingen ingepland, steeds met vier weken ertussen.

 

Aanvullende onderzoeken

Ter voorbereiding op de behandeling wordt een aantal onderzoeken uitgevoerd. Met behulp van een botscan (skeletscintigrafie) is al vastgesteld dat er uitzaaiingen zijn naar het skelet. Voorafgaand aan de radiumbehandeling wordt ook nog bloed afgenomen. Hiermee wordt gecontroleerd of het beenmerg voldoende functioneert.

Bijwerkingen en gevolgen

In vergelijking met andere, niet-radioactieve behandelingen heeft de behandeling met radiumtherapie erg weinig bijwerkingen. In sommige gevallen treden na het toedienen van radium wel tijdelijke bijwerkingen op, bijvoorbeeld ziek voelen, diarree, braken en mogelijk een zwelling van de benen, enkels en voeten. Deze bijwerkingen trekken echter meestal snel weg. Ook kan de pijn in de botten kortdurend iets toenemen.

In de weken na de behandeling kan het aantal witte bloedcellen, bloedplaatjes en het hemoglobinegehalte van het bloed dalen. Normaal gesproken merkt u daar niets van. Uw behandelend arts zal de bloedwaarden zo nodig extra controleren, om vervolgens te bepalen hoe het verdere verloop van de behandeling zal zijn.