Chirurgie

Chirurgie bij kanker in de longen en de borstkas (thorax)

In het Antoni van Leeuwenhoek wordt u rondom een longoperatie begeleid door een team van deskundigen; bestaande uit onder meer medisch specialisten, arts-assistenten en verpleegkundig specialisten. De operaties worden uitgevoerd door onze (long)chirurgen in nauwe samenwerking met onze longartsen. De narcose- en pijnbehandeling wordt begeleid door onze anesthesiologen. Onze fysiotherapeut ondersteunt u met het voorbereiden op en het herstel na de operatie.

De periode rondom een longoperatie is vaak een onzekere en stressvolle periode. Om u  en uw naasten zo goed mogelijk te ondersteunen, zijn onze verpleegkundig specialisten longchirurgie gedurende de hele periode van de operatie uw directe aanspreekpunt.

Maak ook kennis met ons team van het AVL Longkankercentrum en lees hieronder meer over de verschillende soorten operaties die wij uitvoeren in het Antoni van Leeuwenhoek en hoe de zorg daar omheen geregeld is. 

Op deze website hebben wij de informatie over de longen en de borstkas (thorax) samengevoegd, gezien de directe nabijheid en de anatomische relatie.

De ligging, bouw en functie van de longen

De rechter- en linkerlong bevinden zich in de borstkas aan weerszijden van het hart. De rechterlong bestaat uit drie longkwabben, de linkerlong uit twee kwabben. Iedere long is omgeven door een longvlies. Het gebied tussen de beide longen wordt het mediastinum genoemd. In het mediastinum liggen het hart, de luchtpijp (trachea), de slokdarm, bloedvaten, zenuwen, lymfeklieren en lymfevaten.
De lucht die u via uw neus of mond inademt, bereikt via de keelholte uw luchtpijp. De luchtpijp splitst zich in twee grote vertakkingen. Elke vertakking gaat naar een long en splitst zich in steeds kleinere luchtpijpjes, die uitmonden in de longblaasjes. De functie van de longen is het opnemen van zuurstof.

Wanneer opereren?

Of een operatie verricht kan worden en zinvol is, hangt onder andere af van de plaats en de grootte van de tumor, in combinatie met de aan- of afwezigheid van lymfekliermetastasen of uitzaaiingen op afstand (in de andere long of andere organen). Soms kan een tumor niet worden weggehaald zonder (te) veel schade te veroorzaken, bijvoorbeeld als de tumor aan het hart is vastgegroeid. Het kan ook zo zijn dat de tumor er wel uit kan, maar dat er uitzaaiingen zijn. Dan heeft het doorgaans geen zin om de tumor weg te halen.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven.

Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Daarom kunnen ook arts-assistenten in opleiding tot chirurg en chirurgen in opleiding tot longchirurg betrokken zijn bij operaties en de zorg voor patiënten.

Een thorax- of longoperatie kan nodig zijn om verschillende redenen:

  1. Meestal gaat het om longkanker of een uitzaaiing in de long van een al eerder behandelde, of nog te behandelen kwaadaardige tumor, elders in het lichaam
  2. Een zeldzame asbestgerelateerde ziekte van de longvliezen (mesothelioom)
  3. Weke- delen tumoren kunnen voorkomen in longen, maar ook in de ribben en spieren van de borstwand (sarcomen)
  4. Zeldzame tumoren gelegen achter het borstbeen (mediastinum) zoals een thymoom
  5. Ook kan het gaan om een ontstekingsproces, een goedaardige afwijking of een onbegrepen afwijking.

Soorten operaties aan de longen

Als een operatie mogelijk is, dan kiest de chirurg de veiligste methode die de minste klachten en problemen voor de patiënt oplevert. Het plan wordt met u op de polikliniek van het AVL besproken. Operaties kunnen onderverdeeld worden naar het type ingreep en de techniek die wordt gebruikt. Het type ingreep gaat over welk deel van de long wordt verwijderd. De techniek betreft de methode of benadering waarmee de operatie wordt uitgevoerd. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van kijkoperaties (thoracoscopie of VATS) of een robotoperatie (RATS). Voor sommige ingrepen heeft een klassieke benadering (thoracotomie of sternotomie) de voorkeur. Op dit moment wordt landelijk meer dan 70% van de operaties uitgevoerd met een kijkoperatiemethode of door gebruik van de robot.

Type ingrepen

Hieronder staan de type ingrepen visueel weergegeven. In de tekst hieronder worden ze nog verder toegelicht.

Wat is een pneumonectomie?

Bij een pneumonectomie wordt de gehele long aan de rechter- of aan de linkerzijde verwijderd. Het betreft een grote operatie die alleen verricht kan worden als de andere long goed genoeg functioneert. Deze ingreep wordt doorgaans middels de klassieke benadering (thoracotomie) uitgevoerd.

Wat is een lobectomie?

De linkerlong heeft 2 kwabben (ook ‘lobben’ genoemd) en de rechterlong heeft er 3. Bij een lobectomie verwijdert de chirurg de longkwab waar de tumor zit. Ook worden de lymfeklieren in en naast de long verwijderd. De ingreep kan worden verricht met een open operatie (thoracotomie), met een kijkoperatie (VATS) of met de robot (RATS).

Wat is een segmentresectie?

Iedere longkwab kan onderverdeeld worden in verschillende segmenten. Bij een segmentresectie wordt één of enkele segmenten van een longkwab verwijderd. De ingreep wordt gedaan om bepaalde type tumoren in de long te verwijderen. De operatie wordt doorgaans via een kijkoperatie (VATS) uitgevoerd.

Wat is een wigresectie?

Bij een wigresectie wordt een klein wigvormig gedeelte (‘taartpunt’) van de longkwab verwijderd. De ingreep wordt frequent gedaan om in de long gelegen uitzaaiingen weg te halen. Het weefsel wordt naar de patholoog gestuurd voor onderzoek. De ingreep kan met een open operatie (thoracotomie) worden verricht, maar wordt doorgaans met een kijkoperatie (VATS) gedaan.

 

Operaties bij asbestgerelateerde ziekte van de longvliezen (mesothelioom)

In zeer specifieke situaties komen patiënten met een mesothelioom in aanmerking voor een operatie. Bij mesothelioom is het nog onduidelijk of een operatie zinvol is. Een operatie wordt alleen in onderzoeksverband  uitgevoerd bij slechts een klein deel van de patiënten. 

Operaties bij tumoren gelegen achter het borstbeen (mediastinum) zoals een thymoom

Wanneer er zich een afwijking achter het borstbeen bevindt, zoals bijvoorbeeld een thymoom (gezwel uitgaande van de zwezerik), kan het noodzakelijk zijn deze te verwijderen. Dit kan over het algemeen uitgevoerd worden met twee operatietechnieken, via de RATS (robot) of via een sternotomie. Afhankelijk van de soort afwijking en precieze locatie van de afwijking bepaald de chirurg welke operatietechniek in uw situatie van toepassing is.

Operatietechnieken

Wat is een VATS?

VATS is een afkorting van de Engelse woorden Video Assisted Thoracic (of Thoracoscopic) Surgery. Dit betekent dat we de operatie uitvoeren in de borstkas (thorax) en dat we daarbij gebruik maken van een operatiecamera en een videoscherm. De VATS is dus een kijkoperatie (ook wel thoracoscopische ingreep genoemd).

Een kijkoperatie wordt gedaan met een thoracoscoop, dit is een buis waarop een kleine videocamera en licht zijn gemonteerd. De thoracoscoop wordt verbonden met een tv-monitor, zodat de chirurg op een tv-scherm ziet wat hij of zij doet.

Bij de start van de kijkoperatie worden 2 tot 4 kleine openingen gemaakt in de huid tussen de ribben. De plaatsen van deze kleine sneden staan in onderstaande afbeelding weergegeven. Om werkruimte  te maken laat de anesthesist de long waaraan geopereerd wordt inzakken door de beademing naar die long kortdurend te stoppen en wordt u tijdelijk beademd op de andere long. Vervolgens brengt de chirurg 2 tot 3 buisjes in de borstholte via de gaatjes tussen uw ribben door. Met behulp van de videocamera kan de chirurg in de borstkas kijken, zonder dat er een grote wond gemaakt hoeft te worden. De beelden worden weergegeven op een televisiescherm. Via de andere buisjes kan de chirurg hulpinstrumenten inbrengen om bijvoorbeeld een stukje weefsel weg te halen. Met speciale nietapparaten kunnen ook kleinere tumoren uit een longkwab worden weggenomen of kan een gehele longkwab kan worden verwijderd. Aan het einde van de operatie worden de wondjes dichtgemaakt met een hechting en wordt de geopereerde long weer beademd en krijgt deze weer de normale vorm.

Het is niet altijd mogelijk om de aandoening met een VATS te verhelpen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij vergroeiingen van het longweefsel, na een eerdere behandeling met bestraling, als de afwijking niet goed zichtbaar blijkt of als er tijdens de VATS een bloeding of beschadiging in uw long optreedt. Tijdens de ingreep kan bovendien blijken dat de situatie ingewikkelder is dan vooraf werd verwacht. Soms moet de chirurg dan een grotere snee in uw borstkas maken (een thoracotomie) om u goed te kunnen behandelen.

Wat is een RATS?

RATS is een afkorting van de Engelse woorden Robot Assisted Thoracic (of Thoracoscopic) Surgery. Een RATS is een operatie met een robot die we onder meer toepassen bij tumoren in de longen en  voor tumoren die achter het borstbeen liggen. Een longoperatie uitgevoerd met de robot is net als de VATS een kijkoperatiemethode. Het verschil is dat bij een RATS alle handelingen worden uitgevoerd door de robot die bediend en aangestuurd wordt door de longchirurg. De longchirurg zit in de hoek van de operatiekamer in een ‘cockpit’ alle robotbewegingen aan. Met de robot heeft de longchirurg een sterk vergroot en 3-dimensionaal beeld en kan door de fijne en precieze bewegingen van de robot een operatie nauwkeuriger worden uitgevoerd. Omdat de robot bij een beperkt aantal operaties voordelen heeft t.o.v. de VATS wordt de robot alleen bij die operaties ingezet. Het herstel na een RATS is doorgaans korter dan na een open operatie (thoracotomie of sternotomie).

Wat is een thoracotomie?

Een thoracotomie is een operatie via de borstkas om toegang te krijgen tot de borstholte en/of de longen. Het is een operatie waarbij de borstkas wordt geopend door een snede tussen de ribben te maken (links of rechts). De precieze plek is afhankelijk van de reden van de operatie en de plaats van de te opereren afwijking.

Wat is een sternotomie?

Een sternotomie is een operatie waarbij het borstbeen in de lengterichting wordt geopend. Na het maken van een snede door de huid wordt het borstbeen in de lengte doormidden gezaagd. Hierdoor kan de longchirurg de borstkas openen om zo het afwijkende weefsel te verwijderen. Na de ingreep wordt het borstbeen weer aan elkaar gezet met staaldraden, zodat het borstbeen weer vast kan groeien. Deze staaldraden hoeven in principe niet meer verwijderd te worden en kunnen levenslang blijven zitten.

Voor de operatie

Diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep is een aantal onderzoeken (zoals scans, longfunctie) noodzakelijk. De chirurg of longarts zal u hierover informeren.

Voor de ingreep die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische ingrepen worden uitgevoerd:

  • Een echo onderzoek via de slokdarm (EUS) of via de luchtpijp (EBUS). Hierbij kan zo nodig weefsel voor onderzoek worden weggenomen.
  • CT-geleide punctie: met hulp van de beelden tijdens een CT-scan kan weefsel verkregen worden voor onderzoek.
  • Mediastinoscopie: achter het borstbeen rond de luchtpijp worden de lymfeklieren bekeken en wordt weefsel voor onderzoek weggenomen.

Medewerkers

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De longchirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgisch medische behandeling. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De longarts is betrokken bij de behandeling van vrijwel alle patiënten met longziekten. In de periode voor en na de operatie is de longarts betrokken bij uw medische begeleiding en regelt hij/zij de nacontrole. Ook is de longarts verantwoordelijk voor eventueel voor- of nabehandeling met chemotherapie of immunotherapie.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
  • Verpleegkundig specialist thoraxchirurgie: is het eerste aanspreekpunt en vast contactpersoon gedurende de gehele periode rondom de operatie.
  • De afspraak met de verpleegkundige op de polikliniek dient ter voorbereiding op de opname. De verpleegkundige neemt een verpleegkundige vragenlijst met u door. Ook heeft u gelegenheid om vragen te stellen en zo nodig wordt aanvullende informatie gegeven.
  • De fysiotherapeut zal u instructies geven over ophoesten en ademhalingsoefeningen. Dit is om problemen zoals longontsteking na de operatie te voorkomen.

Wat kunt u zelf al doen voor de operatie?

Voor een goed herstel van een operatie is het belangrijk om in een zo goed mogelijke conditie te zijn. Hierbij zijn stoppen met roken, geen alcohol drinken, goede voeding en voldoende bewegen belangrijk.

Na een operatie is altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling tot stand te brengen.

Het verslavende effect van nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de stoppen met roken poli kunnen u daarbij ondersteunen. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie.

Stoppen met roken poli

De verpleegkundigen van de Stoppen met roken poli kunnen u ondersteunen bij het stoppen met roken. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt.

Tijdens en na de operatie

De dag van de ingreep

Afhankelijk van de ingreep wordt u één dag voor de ingreep of op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis.

De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Op het operatiecomplex ziet u ook de chirurg en de anesthesioloog. Met het operatieteam wordt een checklist doorlopen, waarbij ook aan u enkele vragen worden gesteld.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u meestal een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding.

Dagen na de operatie

Na de ingreep blijft u soms een nacht op de Intensive Care, waar de anesthesioloog verantwoordelijk is voor de medische behandeling en controles. Hij of zij beoordeelt samen met de chirurg wanneer u terug gaat naar de verpleegafdeling. Echter, meestal verblijft een geopereerde patient enkele uren op de uitslaapkamer voordat hij/zij naar de afdeling gaat.

Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De chirurg komt regelmatig bij u langs.

Het herstel van de longfunctie heeft grote prioriteit. De verpleegkundige (en zo nodig de fysiotherapeut) zullen u adviezen en oefeningen geven om goed te ademen en het ophoesten van slijm uit de luchtwegen te vergemakkelijken.

De uitslag

Als er tijdens de ingreep weefsel is afgenomen, duurt het minimaal 5 tot 7 werkdagen voordat de definitieve uitslag van het weefselonderzoek bekend is. De longchirurg of de longarts bespreekt dit met u in de kliniek, of poliklinisch als u al met ontslag bent. Tijdens dit gesprek is er aandacht voor het resultaat van de operatie, voor eventuele nabehandeling en voor de vooruitzichten.

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek

Het Antoni van Leeuwenhoek doet veel wetenschappelijk onderzoek naar de behandeling van longkanker, longvlieskanker, tumoren achter het borstbeen gelegen en naar uitzaaiingen. Afhankelijk van uw situatie kunt u gevraagd worden om hier aan mee te doen.

Daarnaast kan het zijn dat reguliere medicijnen bij u onvoldoende werken en dat u in aanmerking komt voor een experimenteel geneesmiddel. Uw arts zal u hier in dit geval uitgebreid over informeren.

Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van de uitgevoerde operatie en uw herstel. We streven naar een zo spoedig als mogelijk ontslag uit het ziekenhuis Over het algemeen kunt u na 3 tot 7 dagen het ziekenhuis verlaten, afhankelijk van de operatie die u ondergaan heeft.

Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag. Ook krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controles.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten ingelast zijn. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.