Radiotherapie

Radiotherapie bij blaaskanker

Als een blaastumor is doorgegroeid in de spierlaag van de blaas, kan er in bepaalde gevallen voor worden gekozen de blaas te bestralen in plaats van deze operatief te verwijderen. Het voordeel is dat de blaas dan behouden blijft. Om de effectiviteit van de bestraling te vergroten, wordt in dezelfde periode dat de bestraling plaatsvindt soms ook chemotherapie gegeven.

Nieuwste bestralingstechnieken

De nieuwste bestralingstechnieken maken het mogelijk om de bestraling zo uit te voeren dat zo min mogelijk schade aan omliggend weefsel optreedt. Is genezing niet meer mogelijk, dan kan de blaas bestraald worden om de klachten van pijn en bloeding te verminderen. In een eerste gesprek met een radiotherapeut of Physician Assistant (PA) wordt uitgebreid ingegaan op de behandeling.

Meer informatie

Voorbereiding

Na een gesprek met een radiotherapeut of Physician Assistant volgen er afspraken ter voorbereiding op de bestraling. Zoals een voorlichtingsgesprek, waarin praktische zaken aan bod komen, en het maken van een CT-scan.

CT-scan in bestralingshouding

De CT-scan wordt in de bestralingshouding gemaakt, dat wil zeggen in rugligging. Bij de CT-scan worden rondom de heup enkele tatoeagepuntjes gezet. Hiermee kan de exacte bestralingshouding op het bestralingstoestel worden teruggevonden.

 

Behandeling

Het aantal bestralingen wordt bepaald door de radiotherapeut. Doorgaans is dit tussen de vijf en zeven weken. Is genezing niet meer mogelijk en wordt er bestraald om klachten te verminderen, dan ligt het aantal bestralingen tussen de een en de tien keer.

De bestraling

Na het maken van de CT-scan duurt het ongeveer tien dagen tot de eerste bestraling. De bestralingen vinden plaats op werkdagen. Voor elke bestraling wordt voor de gehele procedure vijftien minuten uitgetrokken. De daadwerkelijke bestralingstijd is veel korter: tussen de een en twee minuten. Radiotherapeutisch laboranten voeren de behandeling uit.

 

Bijwerkingen

De mate waarin de bijwerkingen optreden, verschilt per persoon en is afhankelijk van een groot aantal factoren. Zo spelen de grootte van het gebied dat bestraald wordt, de dosis, maar ook bijvoorbeeld het aantal keer dat u bestraald wordt een rol. In een eerste gesprek met een radiotherapeut of Physician Assistant wordt dit toegelicht.

Klachten

Bij een langere bestralingsperiode is het mogelijk dat er na de tweede of derde week bijwerkingen optreden. Deze zullen aan het eind van de behandeling en de week daarna het meest heftig zijn, om vervolgens af te nemen. Over het algemeen zullen tijdens de behandeling plas- of darmklachten op de voorgrond staan, evenals vermoeidheid. Op de langere termijn is het mogelijk dat de blaas minder urine kan bevatten, in de meeste gevallen blijft de blaas wel goed functioneren.