Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video's van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video's op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

Kanker aan nierbekken of urineleider

01dec 2018

Terug naar het overzicht

"Bij kanker aan het nierbekken en de urineleider is de tumor meestal in het urotheelweefsel ontstaan. Net als bij blaaskanker. Deze twee vormen van kanker aan de hoge urinewegen zijn echter vrij onbekend", aldus dr. Kees Hendricksen, uroloog bij het Antoni van Leeuwenhoek.

Aan het weefsel van de tumor is te zien uit welk type cel deze is ontstaan. Vooral op plekken waar het slijmvlies overgaat in een ander type weefsel, zoals in de nieren, is dit van belang om te weten, omdat de behandeling verschillend is. Vanaf het nierbekken is dit slijmvlies het urotheel en dat bekleedt ook de urineleider, de blaas en een deel van de plasbuis. Kees Hendricksen: "Bij kanker aan het nierbekken, de urineleider en de blaas is dit meestal urotheelcelcarcinoom. Bij deze vormen van kanker zien we veel overeenkomsten in het gedrag van de tumoren. Ook in de plasbuis kan urotheelcelcarcinoom ontstaan. Maar tumoren in de plasbuis kunnen ook van een ander type zijn, zoals het adeno- of plaveiselcarcinoom." Kanker aan de plasbuis is zeldzaam en de behandeling ervan is zo specifiek, dat we dit apart in het kader bij dit artikel toelichten.

Hoe werken de nieren en urinewegen?

De nieren zuiveren het bloed, houden zouten, eiwitten en zuurgraad in het bloed op peil en regelen de bloeddruk. Ook maken ze van afvalstoffen en overtollig water urine aan. De afbeelding op de pagina hiernaast geeft dit nog iets duidelijker weer. De nefronen in de nierschors (de buitenste laag van de nieren) zuiveren de urine. De gefilterde urine wordt verzameld in het nierbekken. Vervolgens gaat de urine via de urineleider naar de blaas. Daar
wordt de urine opgeslagen tot deze wordt uitgescheiden via de plasbuis.

Hoe vaak komt het voor?

Urotheelcelcarcinoom behoort tot de vier meest voorkomendetypen kanker. Meestal in de vorm van een blaastumor (90 tot 95%), maar soms (5 tot 10%) aan de hoge urinewegen, waarvan twee derde aan het nierbekken en een derde aan de urineleider. De blaas en plasbuis
worden ook wel lage urinewegen genoemd. Bij 17% van de mensen met kanker aan de hoge urinewegen is ook blaaskanker aanwezig. En bij 8% van de mensen die de diagnose blaaskanker kregen, ontwikkelt later kanker aan de hoge urinewegen. De oorzaak hiervan is niet bekend. Wel zijn er twee theorieën.

  1. Bij kanker aan de hoge urinewegen kunnen cellen naar beneden worden afgegeven. Die cellen kunnen zich nestelen. Dit is te behandelen door de cellen weg te schrapen en een blaasspoeling te geven.
  2. Een andere theorie is, dat in potentie alle slijmvliescellen een foutje in het DNA hebben, maar de vraag is wanneer dat aan het licht komt. Dat maakt dat bij een deel van de patiënten ondanks de behandeling de kanker terugkomt.

Kees Hendricksen licht toe: "De belangrijkste risicofactor bij kanker aan de urinewegen is roken. Het nierbekken en de urineleider zijn gemaakt voor doorgang, terwijl de blaas er is voor opslag. Dus potentieel kankerverwekkende stoffen zijn de langste tijd in de blaas. Mogelijk ontstaat daardoor eerst kanker in de blaas. Als deze stoffen door de hoge urinewegen blijven gaan, dan
ontstaan soms ook daar tumoren. Stoppen met roken helpt dus ook als kanker is geconstateerd en is het belangrijkste wat je als patiënt kunt doen om de kans op terugkeer van blaaskanker te laten afnemen. Mensen die roken hebben een 3 tot 6 keer hogere kans op het ontwikkelen van een urotheelcelcarcinoom ten opzichte van niet rokers."

Hoe komt de arts tot diagnose?

Het eerste symptoom van kanker aan de hoge urinewegen is meestal bloed in de urine. Net als bij blaaskanker. Daarom zijn de eerste urologische onderzoeken gelijk. "Bloed plassen is voor een uroloog kanker totdat het tegendeel is bewezen", stelt Kees Hendricksen. Om tot diagnose te komen wordt eerst urinecytologie gedaan. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar afwijkende
cellen in de urine. Vervolgens onderzoekt de uroloog de lage urinewegen via een cystoscopie. De hoge urinewegen worden onderzocht op afwijkingen met een CT-IVP-scan (IVP: intraveneus pyelogram). Dat geeft een beeld hoe diep de tumor is doorgegroeid. Als blijkt dat er een afwijking is in het nierbekken of de urineleider, dan wordt een ureterorenoscopie gedaan.
Kees Hendricksen legt uit: "Dat is een kijkonderzoek waarbij we een biopt nemen van de afwijking. De patholoog kan zien of er kanker in het weefsel zit en of de tumor laag- of hooggradig is. Dus of de tumor weinig of juist zeer agressief is. De ureterorenoscopie geeft
de meest zekere diagnose. Dit onderzoek is echter niet zonder risico. Cellen kunnen naar beneden worden afgegeven, waardoor er risico is op terugkeer van tumoren in
de blaas."

Welke behandeling is mogelijk?

Volgens de richtlijn is de behandeling bij kanker aan de hoge urinewegen een nefro-ureterectomie. Dat is een operatie waarbij de arts de nier, het nierbekken, de urineleider en de inmonding van de urineleider verwijdert. "Dan kan de kanker daar niet meer terugkomen",
licht Kees Hendricksen toe. "Na de nefro-ureterectomie wordt eenmalig een blaasspoeling met mitomycine gegeven. Dat beperkt het risico op terugkeer van dezelfde ziekte maar dan in de blaas."

De laatste jaren wordt steeds meer getracht om hoge urinewegen te sparen door eerst kijkonderzoek (ureterorenoscopie) te doen en een biopt te nemen van de afwijking. Om veilig sparend te kunnen behandelen, moet de afwijking voldoen aan specifieke voorwaarden. Zoals
een enkele, kleine, laaggradige tumor zonder verdenking op doorgroei in de spierwand. Is dat het geval dan kan de arts de tumor met een laser wegbranden of met een operatie het laatste deel van de urineleider verwijderen.

"Na deze sparende behandeling zien we hetzelfde
gedrag als bij niet-spierinvasieve blaaskanker: de ziekte kan terugkeren. Het is dus van belang om na deze behandeling de urinewegen regelmatig te controleren", benadrukt Kees Hendricksen. "Bij een hooggradige afwijking is er het risico dat de tumor in de spier groeit. Dan is het niet veilig om zo'n sparende behandeling te doen en is nefro-ureterectomie nodig." Als de tumor zit in het laatste deel van de urineleider, kan soms dat deel van de urineleider worden verwijderd (distale ureterectomie). "Dat kan alleen aan de blaaskant, omdat de bloedvoorziening van de urineleider komt vanuit de blaas, de aorta en het nierbekken", zegt Kees Hendricksen. "Het uiteinde van de urineleider heeft de minste doorbloeding, waardoor daar een deel kan worden verwijderd en de urineleider opnieuw aan de blaas wordt gehecht."

"Naarmate wortels van de tumor dieper groeien, neemt het risico op uitzaaiingen toe en daarmee daalt de overlevingskans", zegt Kees Hendricksen. "Als er uitzaaiingen zijn bij hoge urinewegtumoren, dan zien we die vaak in de lymfeklieren en/of longen. De overlevingskansen
zijn per patiënt verschillend. Ik kan alleen iets zeggen over een gemiddelde. Gemiddeld leven patiënten met uitzaaiingen bij hoge urinewegtumoren 13 tot 14 maanden na behandeling met chemotherapie."

Ontwikkelingen en onderzoek

Kees Hendricksen noemt als baanbrekende ontwikkeling de POUT-studie die in Engeland is gedaan. In deze studie kreeg een deel van de patiënten met invasieve tumoren in de hoge urinewegen, sommigen met een afwijking in de lymfeklieren, drie maanden na de nefro-ureterectomie nabehandeling met chemotherapie.

"Het resultaat van deze studie is bijzonder", aldus Kees Hendricksen. "Tot nu toe was de verwachting dat mensen met verminderde nierfunctie na het weghalen van één nier chemotherapie niet goed konden ondergaan. Maar deze studie laat duidelijk voordeel zien van
een standaard nabehandeling met chemotherapie bij patienten in goede conditie."

In Nederland is de REBACARE-studie gestart. In deze studie wordt onderzocht of een eenmalige blaasspoeling met mitomycine vooraf aan de nefro-ureterectomie het risico van terugkeer van tumoren verlaagt. En of dit veiliger is dan na de operatie omdat door de wond in de blaas mitomycine in de buikholte kan komen. Kees Hendricksen: "En net als bij blaaskanker is immuuntherapie in ontwikkeling bij hoge urinewegtumoren. Daar verwachten we dezelfde effecten. Immuuntherapie mag voor hoge urinewegtumoren, net als bij uitgezaaide blaaskanker, na een eerstelijnsbehandeling met chemotherapie worden gegeven."

Aantal diagnoses in Nederland in 2017 (bron: IKNL)

  • 2.602 nierkanker
  • 6.942 blaaskanker, waarvan 5.148 niet-spierinvasief en 1.794 spierinvasief
  • 240 nierbekkenkanker (pyelum)
  • 221 urineleiderkanker (ureter)
  • IKNL registreert het aantal diagnoses van plasbuiskanker (urethra) niet, inschatting 20 diagnoses

Kanker aan de plasbuis (urethra)

Kanker aan de plasbuis komt zelden voor. Bovendien komen bij deze kanker verschillende
type tumoren voor: urotheelcel-, adeno- of plaveiselcarcinoom. Als de diagnose plasbuiskanker
is, is de behandeling meestal het verwijderen van de plasbuis en indien nodig het weefsel eromheen. Bij mannen met een tumor in de plasbuis wordt vaak een soortgelijke behandeling als
bij peniskanker (meestal plaveiselcarcinoom) gevolgd, waarbij de plasbuis wordt verwijderd
en vaak ook klieren in de liezen. Zit de plasbuistumor meer in de richting van de prostaat, dan worden bijvoorbeeld ook de bekkenklieren onderzocht. Bij vrouwen met een tumor in de plasbuis
wordt de plasbuis verwijderd en meestal ook de blaashals en de klieren in de liezen.
Kees Hendricksen benadrukt: "Als artsen patiënten zien met deze zeldzame locatie van kanker, is de kanker meestal in een verschillend stadium van ziekte en is er een verschillend type tumor, waarvan het gedrag anders is. Dat maakt dat er eigenlijk geen eensluidend beleid is voor de behandeling bij kanker in de plasbuis en er voorkeur is voor behandeling in een centrum met expertise."

Bron: 'Leven met blaas- of nierkanker' | Auteur: Jolanda Thelosen

Deel dit onderwerp
 
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder